Tagarchief: Nicaragua

Van surfspot naar bergdorp

Omdat ik even geen mogelijkheden heb gehad om jullie op de hoogte te houden, nu een reisverhaal van 2 weken terug;

In San Juan del Sur heb ik in 6 dagen tijd welgeteld één foto gemaakt; van de zonsondergang. Toch 6 dagen daar geweest want er was zon, strand, feest, lekker eten en goed gezelschap. Na Antigua eigenlijk de eerste keer dat ik weer echt goed op stap ben geweest. Na San Juan moest ik helaas afscheid nemen van Lorraine. Ik heb haar in de bus naar Nicaragua ontmoet en daarna drie weken met haar samen gereisd. Zij gaat nu vrijwilligerswerk doen in Nicaragua maar gaat daarna ook naar Zuid-Amerika, dus wie weet kunnen we daar weer samen verder reizen!

Ik ben vanuit San Juan del Sur naar Costa Rica gegaan, Monteverde om precies te zijn. Met mijn billen nog verbrand van de stranddagen sliep ik vrijdagnacht ineens onder drie dekens omdat het zo ijskoud was, en in plaats van het geluid van 5 ventilatoren in de kamer gierde hier de wind om het gebouw. De eerste nacht werd ik daar een beetje chagrijnig van, maar eigenlijk heeft het wel wat. Het is echt een bergdorpje met veel bossen en houten chalets, en met de kerst in het vooruitzicht ziet het er hier helemaal schattig uit. De toeristische trekpleister hier is het cloudforest en de avontuurlijke activiteiten die daarbij horen. Na die eerste koude nacht had ik niet echt zin in een boswandeling en dus koos ik voor iets spannenders: ziplinen. Oftewel zoevend aan een kabel door het cloudforest. Een beetje een uitdaging als je hoogtevrees hebt maar ik dacht ach hoe hoog kunnen die bomen nou eenmaal zijn?! Hoog dus… En de bomen waren nog niet het hoogste, in plaats van dóór het bos gingen we van berg naar berg op 140 meter hoogte! Niet naar beneden kijken, je zit goed vast, niet naar beneden kijken, je zit goed vast. En voor ik het wist had ik weer vaste grond onder mijn voeten. Dat was eigenlijk best vet! De tweede hoge zipline dacht ik alleen “je zit goed vast” en genoot ik van het uitzicht. Na de derde, 1km lang was ik er haast van overtuigd dat ik over mijn hoogtevrees heen was. Hoe fijn zou dat zijn! We stonden weer op een platform in de bomen en ik was me klaar aan het maken om weer aan de kabel te gaan hangen toen de guide zei “no, jump!”. Wat?! Ik keek naar beneden en kon amper de grond zien! De hoogtevrees keerde weer in vol ornaat terug. Maar er was geen weg terug (of iedereen moest mee terug) dus met tranen in mijn ogen liet ik me vastmaken aan een touw om daarna over de rand te stappen. “We zullen je heel rustig laten zakken”. Alsjeblieft niet, ik wil zo snel mogelijk beneden zijn! Zoeffffff. Die boom was wel 30m hoog! Maar dus wel een hele gave dag gehad en toch zeker een stukje hoogtevrees overwonnen.

Maar als je in een koud bergdorpje bent om een cloudforest te zien ga je er natuurlijk niet alleen doorheen zoeven. De volgende dag dus toch aan de wandel met een paar andere mensen uit mijn hostel. 18 dollar entree betaald en vrijwel niks gezien dan bomen en een waterval. Net buiten het park een wasbeer en heel veel mooie kolibries! Eenmaal terug bij het hostel zat er een luiaard in een boom.



Mijn locatie .

Granada en Ometepe

Granada was vooral een makkelijke plek. Mooie, schone stad, erg toeristisch en Westers en veel mogelijkheden voor dagtrips. Niet echt spannend dus.

De volgende bestemming was Isla de Ometepe, een eiland bestaande uit twee vulkanen in het op één na grootste meer van Latijns-Amerika. Na makkelijk Granada besloten Lolly (mijn Nicaragua-reisgenootje) en ik om het een keer over een andere boeg te gooien. We gingen vrijwilligerswerk doen op een ecofarm. Na een dag reizen werden we rond half 7 ‘ s avonds voor de ingang van de farm uit de chickenbus gezet, vanwaar het nog 1,5km bergop door de modderige jungle lopen was. Voor $8 per nacht konden we daar slapen en eten, in ruil voor elke ochtend 5 uur werken op de boerderij (van 7 tot 12). We hadden geluk want op de dag van aankomst was het pizzadag. De boerderij is zoveel mogelijk zelfvoorzienend en de pizza kwam dus helemaal van eigen land. De vrijwilligers die er al waren vertelden dat ze die dag compost van menselijke uitwerpselen moesten omscheppen, ieuw… Tijdens het koken kregen we onze dorm te zien en dat bleek íets teveel avontuur. Drie stapelbedden stonden midden in de jungle, zonder muren, alleen een dak en honderden spinnen. Letterlijk overal waar je keek zaten spinnen. En laat Lolly nou net een spinnenfobie hebben. Ik probeerde een beetje de held uit te hangen door haar te zeggen dat ze niks doen, er een paar te vermoorden en onze klamboes spinproof op te hangen. Maar toen we naar bed gingen en er een tarantula achtige spin op mijn bed zat (” het is geen tarantula, hij lijkt er alleen op, tarantula’s zijn zwart en deze is bruin”), stemde ik met haar in: we moeten hier zo snel mogelijk weg. Maar het was 22u savonds en we zaten midden in de pikdonkere jungle, dus we hadden geen keus dan die nacht daar te slapen. Vrijwel geen oog dichtgedaan natuurlijk en ik was heel blij dat de wekker om 6:15 zei dat de nacht voorbij was. Het werk was leuk en interessant, we hebben tomaten geplant, palmbladeren afgeknipt om een muur mee te maken, afval gescheiden, onkruid gewied. Maar met de lunch toch opgebiecht dat we echt niet nog een nacht daar konden slapen. En zo stonden we die middag weer bij de ingang, deze keer met onze duimen omhoog om een lift naar een ander dorp te scoren (bussen rijden hier zeker smiddags vrij sporadisch en dus is het heel gebruikelijk om te liften). Het avontuur bleef ons achtervolgen, we zaten nog geen 10 seconden in de achterbak van een open truck toen de hemel openbrak. Zeiknat kwamen we aan in Altagracia, waar we zielsgelukkig werden van een hostel waar we normaal nooit naartoe zouden gaan. Wat heb ik lekker geslapen die nacht!

De volgende dag hadden we scooters gehuurd om het eiland te verkennen. Er is een hele mooie natuurlijke waterbron met super helder water, heerlijk om te zwemmen en gave foto’s te maken (zie FB). Daar zijn we de dag begonnen én geëindigd. Tussendoor zijn we over hobbelige zandwegen naar een afgelegen strand gereden waar we howler monkeys zagen en onszelf insmeerden met zelfgeplukte Aloë Vera. Het avontuur van deze dag werd compleet toen we net voor we terug wilden rijden overvallen werden door een tropische regenbui die ervoor zorgde dat de hobbelige zandweg veranderde in een kilometerslang modderbad.

Nu zit ik op een van de stranden van Ometepe dit verhaal te schrijven. Morgen reizen we naar San Juan del Sur, mijn laatste bestemming in Nicaragua.

Dan dit nog: Over een maand begint China aan de bouw van hun equivalent van het Panamakanaal: het Nicaraguakanaal. Deze gaat recht door het meer en in heel Nicaragua zullen hiervoor 50.000 mensen hun huis uitgezet worden. De bevolking op Ometepe vreest dat dit kanaal het eiland voorgoed zal veranderen, omdat China ook het eiland wil kopen. Zo zonde!

Mijn locatie .

Leon en Little Corn Island

Ik was zo’n 36u wakker toen ik in Léon (Nicaragua) aankwam. Prioriteit nummer 1 was dus (uit)slapen. Daarna had ik nog genoeg tijd over om de stad te verkennen. Kerken, kathedralen, musea en markten, een welkome afwisselingen na vooral veel natuur.

De dag erna was het écht tijd voor actie: volcano boarding! Nummer 2 op CNN’s lijst van things to do before you die. En zo beklom ik om 9u ‘ sochtends de gitzwarte (en dus loeihete) Cerro Negro vulkaan. De top is bereikt, check! Daar was ik echter niet zo blij mee toen ik naar beneden keek; zo stijl dat je de vulkaan niet zag, en daar moest ik op een houten plankje vanaf glijden?! Oranje overall aan, veiligheidsbril op, kap voor de mond en gaan! Zo’n 800m hoge glijbaan vanaf de top van de vulkaan, wat een kick.

Die middag ben ik (welverdiend) naar een hostel aan het strand verkast. Een avond met heel veel sterren, een gitaar en wat drank maakte het compleet, maar dat was nog niks vergeleken met wat daarna kwam; Bijna een week op Little Corn Island.

Minder dan een uur vliegen vanaf hoofdstad Managua en daarna nog een half uur met de boot en je hebt het paradijs bereikt. Geen auto’s, vrijwel geen internet, heel veel palmbomen, witte stranden en felblauwe zee. Van maandag tot en met zondag heb ik me hier met nog drie meiden vermaakt met zonnen, zwemmen, verse vis eten, lezen, Cuba libres drinken en vooral heel veel shithead spelen. En een lange, modderige wandeling door de jungle om het perfecte bountystrand, inclusief hangende palmboom in de zee, te bereiken, waar we de enige bleken te zijn. Ohja, en tijdens een mislukte snorkeltour (zeeziek) heb ik nog wel nursesharks op de zeebodem weten te spotten! We hebben onszelf vaak geknepen om te checken of we écht in dat paradijs waren. Maar de foto´s bewijzen het (volgens mij is het eindelijk gelukt om wat te uploaden).

Ik ben nu in Granada, een mooie stad die me aan Antigua doet denken. Een heel contrast met het rustige Corn Island. Maar wat fijn dat je gewoon groente en fruit kunt kopen (op Corn Island kwam 1x per week een boot met levensmiddelen dus groente en fruit waren zeer spaarzaam) en om niet continu in de benauwdheid rond te lopen, dat je je grote teen maar hoeft te bewegen of het zweet breekt je uit (yep, ook in het paradijs is het niet altijd rozengeur en manenschijn!).



Mijn locatie .