Tagarchief: Bolivia

Salar de Uyuni en San Pedro de Atacama

Inmiddels ben ik via Salar de Uyuni en San Pedro de Atacama (Chili) in Salta, Argentinie aangekomen (waar ik gister al de allerbeste steak ever op heb en morgen wijn ga proeven… hoera!). Deze keer alleen foto´s want dat is het enige wat nog een beetje recht doet aan de schoonheid van de afgelopen week! 3 dagen touren door Bolivia en 1 dag fietsen in de woestijn van Chili. Ohja, op de Atacama foto’s: het witte lijkt sneeuw, maar is zout (het was er HEUL heet).foto 5

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni meer met flamingo's

Uyuni meer met flamingo’s

Uyuni

Uyuni

Piedra del Arbol

Piedra del Arbol

Laguna Colorado

Laguna Colorado

Uyuni fish island

Uyuni fish island

Salar de Uyuni

Salar de Uyuni

Groepsfoto

Groepsfoto

Fighting dinosaurs

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Uyuni

Welkom in Chili!

Welkom in Chili!

Atacama zoutgrot

Atacama zoutgrot

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

foto 3

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

Atacama

 

 

Mijn locatie Salta, Salta Province, Argentina.

Bolivia: Potosi, Sucre en Oruro

In Potosí lag Lolly dus een paar dagen op bed. Ik heb toen met Nando het stadje verkent. De week voor Pasen is “Holy week” in Bolivia en dus waren er de hele week parades en muziekoptredens. De enigste toeristische attractie in Potosi zijn eigenlijk de mijnen (een beetje cru want naast toeristische attractie is dit voor 800 kinderen en nog veel meer mannen de verschrikkelijke dagelijkse realiteit van hun werk). We wilden dus wachten tot Lolly beter was om deze te bezoeken. De zak medicijnen van het Rode Kruis deed gelukkig snel zijn werk. Maar toen kwam er een meisje uit Eindhoven het hostel binnen (jep, de wereld is klein!). Zij kwam vanuit Sucre en was die ochtend om 4u opgestaan om de trein naar Potosí te pakken, maar hij reed niet door de regen en daar baalde ze verschrikkelijk van want het moest het hoogtepunt van haar trip zijn! Erg klote voor haar dus, maar het geluk stond wel aan onze kant want de volgende dag zou de trein van Potosí naar Sucre rijden, onze volgende bestemming. Deze treinrit staat níet in de Lonely Planet en is ook niet toeristisch, dus besloten we ons tripje naar de mijnen te skippen voor dit treinavontuur. En daar kregen we geen spijt van! Helemaal niet toen we savonds een documentaire over de mijnen in Potosí zagen. Wat een gruwelijkheid, kinderen van 12 die in de mijn werken om hun school te kunnen betalen en daardoor een levensverwachting van maximaal 35 jaar hebben door al het stof wat ze inademen. Als ze al niet omkomen bij de vele ongelukken die er gebeuren. Ze hebben ook een uitrusting van niks, niet eens eens mondkapje om zich enigszins tegen het stof te beschermen. Niet echt iets om met je bevoorrechte reizigersleventje naar te gaan staan koekeloeren.

In de trein kregen we een heel andere kant van het lokale leven te zien. Om 8u zou hij vertrekken en om niet langs een kaartje te grijpen waren we ruim op tijd op het station. Het loket was echter nog dicht, zelfs om kwart voor 8 was er nog niemand. Inmiddels was de “trein” er al wel en werden onze koffers al op het dak geladen. Toen het loket eenmaal open ging snel kaartjes gekocht, en volgens mij waren ze blij met ons toeristen want we kregen stoelen vooraan, mét uitzicht. De “trein” was overigens een oude bus waar ze de wielen van vervangen hadden haha, wie verzint het! Nou klaar voor vertrek dus. Na 100m al het eerste obstakel: een markt op de weg. Toettoettoet, aan de kant allemaal! Langzaam werden alle spullen van de rails gehaald en deed het volgende probleem zich voor: kapotte rails. Maar de chauffeur/conducteur was op alles voorbereid, pakte z’n gereedschap erbij en ging aan de slag. Beetje timmeren en even later was de kromme rails weer recht. Toen konden we dus echt vertrekken. Ik geloof dat we de hele weg niet harder dan 30km/u gingen en we hadden dus alle tijd om te genieten van de geweldige landschappen. We stopten bij elk klein dorpje wat we tegen kwamen en toen werd mij het doel van de trein pas duidelijk: de mensen uit deze kleine, afgelegen dorpjes gebruiken hem om van het ene dorpje naar het andere te komen. Of halverwege het dorpje, net wat je wilt. Je hoeft maar langs de rails te gaan staan en je kan instappen. Voor ons dus een fantastische manier om het lokale leven te ervaren, 7u lang in een trein die van dorp tot dorp rijdt en waar overal mensen in- en uitstappen. Super leuke ervaring! En zo kwamen we aan het eind van de dag dus in Sucre aan.

Sucre is waarschijnlijk de mooiste stad van Bolivia; deze witte stad staat zelfs op de UNESCO lijst. Ik was erg verbaasd over de “westerse” sfeer die hier hing, heel anders dan de rest van Bolivia. Ook even fijn, je voelt je een stuk veiliger. We hadden een erg leuk hostel waar ik heel veel leuke mensen heb leren kennen. In verband met Pasen was er helaas weinig te doen in de stad, bijna alles was dicht, maar dat maakte het hostel meer dan goed. Het was lekker weer, ze hadden een prachtige binnentuin en op vrijdagavond werd er een overheerlijk 7-gangen diner voor ons gekookt! Vrijdag is in Bolivia de belangrijkste dag van Pasen en traditiegetrouw eten ze dan 12-gangen. 7 was meer dan genoeg voor ons en het waren allemaal traditionele gerechten. Nu is de Boliviaanse keuken niet heel geweldig (zeg maar gerust niet te vreten) maar dit was toch het lekkerste eten wat ik in Bolivia gehad heb! Verder was het dus heerlijk weer en heb ik veel door de stad gewandeld, in parken gezeten, ijsjes gegeten… Niet slecht! Zaterdagavond hadden we Lolly haar verjaardag gevierd met een typisch Ecuadoriaans dinner van Nando gevolgd door een stapavond.  Op zondag was er nog een paasoptocht maar deze was vrij deprimerend om te zien (Jezus aan het kruis voorop en daarachter een soort van rouwstoet). Lolly en Nando wilden de twee weken dat ik in Oruro zou zijn in Sucre blijven en hadden met een paar andere mensen van het hostel een appartement gevonden om te wonen. Daar heb ik ook nog een nachtje vertoefd omdat het hostel volgeboekt was en hebben we heerlijk gekookt met zijn allen. Al met al vond ik het dus best jammer om Sucre te verlaten. Oruro staat niet zo heel goed bekend (“lelijke, koude stad met het verschrikkelijkste eten van Bolivia” aldus de reisbijbel) en dat mooie appartement met die leuke mensen… Maar ik had ook wel zin in wat anders, iets minder comfortabel maar wel meer het echte Bolivia ipv met allemaal reizigers in een appartement.

En dus liet ik het comfortabele Sucre met veel nieuwe vrienden op dinsdag achter me voor het onbekende, niet-toeristische Oruro. Op dinsdagavond kwam ik aan. Norman, een van de medewerkers van Ayni, kwam me ophalen bij het busstation. Ik had verwacht dat ik in een gastgezin zou verblijven maar schijnbaar is dat niet zo’n goed idee in Bolivia, dus ik had een (EIGEN!) kamer in een hotel. Vond ik in eerste instantie wel jammer want ik kwam juist naar Oruro voor het lokale leven. Maar natuurlijk was het super chill om 1,5 week een eigen kamer te hebben, MET eigen badkamer EN TV! Dus die avond heb ik voor het eerst sinds Guatemala weer TV gekeken. De volgende ochtend zouden ze mij op komen halen om naar kantoor te gaan (wat overigens 2 minuten lopen van het hotel is) en ik had verwacht een ontbijt in het hotel te krijgen, maar helaas. Dus ging ik wat rondlopen opzoek naar ontbijt maar ik kon nergens wat vinden. Toen ze me op kwamen halen had ik nog niks gevonden en dus zat ik tot de lunch met honger op kantoor. Er is hier nog een andere Nederlandse vrijwilliger, Hans, wat handig voor mij was want hij kon mij mooi een beetje rondleiden. Ik vroeg wat hij dan voor ontbijt had maar hij had ook niks beters kunnen vinden dan cake van de winkel om de hoek…. De lunch daarentegen had hij wel een goede plek voor en deze is heel uitgebreid in Bolivia. Pasta met kip! Groenten en fruit doen ze hier niet echt aan leek het wel. De eerste dag op kantoor heb ik me vooral ingelezen in de organisatie en voorbereid op de interviews. ‘s Avonds nog met Hans naar de markt gelopen om daar te eten. Kreeg ik een vol bord rijst met lever, niet echt mijn favoriet. En weer geen groenten en fruit dus.

Op donderdag ben ik met Norman naar een aantal scholen geweest om mezelf voor te stellen en uit te leggen wat ik kom doen. Ik werd echt als een filmster ontvangen! Dat had ik totaal niet verwacht. Die kinderen hadden werkelijk nog nooit een blond (lang) meisje gezien. Zodra ik de klas binnenkwam begonnen ze allemaal te giechelen en haalden ze allemaal hun mobiele telefoon tevoorschijn om mij te filmen. Na het voorstellen konden ze vragen stellen en ik kreeg echt de raarste vragen (Hoe kom je aan die blauwe ogen? Heb je ook een jonger broertje? – gepaard met veel gegiechel). De meiden die ik ging interviewen zijn 15-18 jaar en hun ICT cursus aan het afronden. Het was maar goed dat we eerst langsgingen om voor te stellen in plaats van meteen met de interviews te beginnen, zo konden ze een beetje aan mij wennen. Toen ik wegging wilde ze allemaal nog een voor een met me op de foto en ik heb zelfs een handtekening uitgedeeld!
Norman wist gelukkig een vegetarische eettent met een goede en goedkope lunch. Nee, ik ben nog steeds niet vegetarisch maar daar kreeg ik tenminste groente en fruit! Daar heb ik vanaf toen dus elke dag geluncht.

Op vrijdag ben ik begonnen met interviewen. De vragen had ik goed voorbereid en mijn tactiek was om ze vantevoren met de meiden door te nemen, voor het geval ze me niet konden verstaan met mijn rare Spaanse accent. Alle interviews filmde ik en kon ik dus achteraf terugkijken, verschrikkelijk om mezelf Spaans te horen praten. Maar het ging vrij vlotjes! Ik merkte wel veel verschil in de meiden die in de stad op school zaten of de meiden uit de buitenwijken. De meiden uit de stad waren super vlot en schudden alle antwoorden zo uit hun mouw, de meiden uit de buitenwijken waren veel schuwer en konden niet alle vragen beantwoorden. Mijn doel was 10 interviews en uiteindelijk heb ik er tot en met dinsdag 13 afgenomen, doel geslaagd dus. Ook voor mij leuk om te horen hoe de kinderen wonen, wat hun hobby’s zijn, wat voor werk hun ouders doen etc. Gaf me toch een beeld van het leven in Oruro. 10 broertjes en zusjes was heel normaal en van veel meiden waren de vaders minibuschauffeur.

Op zaterdag had een van de klassen een picknick met spelletjes om de cursus af te sluiten, en de leraar had mij en Hans ook uitgenodigd om te komen. Heel leuk om bij te zijn. Het waren de meiden die ik vrijdag had geinterviewd dus ik kende ze al een beetje. Iedereen had wat eten meegenomen en waar ik mij vooral over verbaasde was de hoeveelheid rijst die ze aten. Ze schepten allemaal wel 3 keer op, terwijl ik toch bijna zeker weet dat ze 2x, minstens 1x per dag rijst eten. Mij komt die rijst me nu in ieder geval wel vort de neus uit! Ook grappig dat die meiden van 15-18 nog gerust spelletjes als zaklopen doen.

Zondag wilde ik naar het mijnmuseum gaan. Toen ik daar aankwam was er een optocht buiten aan de gang. Toch nog een beetje mijn carnavalsoptocht gehad! Oruro = Carnaval, en ondanks dat dit alweer lang voorbij is zijn er toch nog regelmatig optochten `om te oefenen`. Die zondag was het schijnbaar dag van het kind en dus was er weer een optocht. Het mijnmuseum vertelde me dat ik over een half uur terug kon komen, dan kon ik naar binnen. Maar toen ik terugkwam was het museum dicht….okeu. ‘s Middags kwam een van de leraressen (Ada) me ophalen om naar het Maria-standbeeld te gaan. Deze staat op een berg en is nog groter dan de Christus in Rio. Mooi uitzicht vanaf daar en in de Maria was nog een carnavals museum. Daarna hebben we nog wat rondgereden in en om de stad, super lief dat ze me zo de stad liet zien.

Op dinsdag had ik dus de laatste interviews en de vader van de leraar bij wie de interviews waren, is directeur op een middelbare school. Hij vroeg me of ik het leuk vond om daar even te gaan kijken, ja uiteraard! Daar weer naar een klas geweest en mezelf voorgesteld, leuk om al de scholen zo te zien. Toen was het 11u en nodigde de directeur me uit om te gaan eten. Oke… Op de markt buiten de school kreeg ik echt een VOL bord met quinoa en lamavlees…. En nu ik met de directeur was (en nog wat andere mensen van het schoolbestuur) kon ik natuurlijk moeilijk gaan zitten pitsen. Vraag ik ze of ze altijd zo vroeg lunchen, zegtie dat het gewoon een tussendoortje is.

Vandaag is alweer mijn laatste werkdag in Oruro. Ik vond het superleuk om het `echte` Boliviaanse leven te ervaren en alle scholen te zien. De interviews zijn goed gelukt, geslaagde week dus! Het enige waar toeristen af en toe nog voor naar Oruro komen is de trein naar Uyuni. Schijnt heel mooi te zijn. Die pak ik dus morgen! Vanaf Uyuni ga ik DE zoutvlaktes over op weg naar Chili.

De laatste 1,5 maand van de reis! En zoals ik al vaak heb gehoord, krijg je dan ineens haast. Ik heb ongeveer 3 weken om zoveel mogelijk van Chili en Argentinie te zien. Ik hoop dat ik het haal tot aan Bariloche maar ik vrees er een beetje voor in verband met de lange afstanden. Half mei wil ik in Buenos Aires zijn, vanaf daar ga ik naar de Iguazu watervallen. Op 26 mei vlieg ik van Iguazu naar Rio de Janeiro voor de laatste dagen van mijn reis, want op 1 juni vlieg ik van Rio naar Amsterdam!

 

 

Mijn locatie Oruro Department, Oruro Department, Bolivia.

Bolivia: Isla del Sol, La Paz en de amazone

Na Peru doorgereisd naar Bolivia. Bij de grens kom je er meteen achter wat voor een land het is. We waren met 2 Europeanen, 2 Argentijnen en 4 Amerikanen. De Europeanen en Argentijnen kregen zonder problemen hun stempel (enige minpuntje was dat ik niet de gevraagde 90 dagen kreeg en nog ergens een verlening van mijn 30 dagen visum moet regelen), de Amerikanen kregen gezeik. Eerst wilde de douane dat ze twee paspoortfoto’s inleverden. Die moesten ze in Peru laten maken. Dus: taxi terug naar Peru, Bolivianos weer teruggewisseld voor Soles, pasfoto’s laten maken en weer de grens over. Één meisje sprak goed Spaans en zij kreeg haar stempel. De andere drie moesten een kopie van hun paspoort laten maken. Dat kon gelukkig bij het grenskantoor, dus kopie gemaakt, terug de rij en en toen kreeg het andere meisje ook haar stempels. De twee jongens echter kregen een formulier wat ze in moesten vullen. Ingevuld, terug de rij in, zegt de douane “nee dit formulier geldt niet, dit is een kopie” (ze hadden het zelf gegeven). De ene Amerikaan luisterde netjes, vulde het officiële formulier in en kreeg zijn stempel, de andere zei er wat van dat het nergens op sloeg met als gevolg dat hij weer terug de rij in moest om zijn gelekoortscertificaat te laten zien. En toen wéér terug kon om een Ebola verklaring in te vullen… Zo’n 1,5u later hadden we dan allemaal de benodigde stempel en konden we door naar Copacabana.

Bolivia is tot nu toe niet echt soloreiziger-vriendelijk. Alle slaapplekken zijn private rooms en zo kwam het dus dat ik die avond een bed deelde met een Zwitsers meisje wat ik diezelfde dag in de bus had leren kennen. Wel een heerlijk plekje na veel steden in Peru. Een klein dorpje aan het Titicacameer. Die middag gepicknickt op het strand en ‘s avonds de heuvel beklommen voor de zonsondergang. Goed leven! De volgende ochtend samen met de Argentijnse jongens de boot gepakt naar Isla del Sol. Dit is een vrij klein eiland in het Titicacameer. Het Titicacameer is trouwens het hoogste bevaarbare meer ter wereld, dus die kan ik ook weer afstrepen! Isla del Sol is heeeeeel rustig, er zijn geen motorvoertuigen. We hadden een heerlijke kamer met uitzicht op het meer en de besneeuwde bergtoppen. Na het inchecken gingen we het eiland verkennen. We hadden bedacht dat we dan mooi aan de andere kant van het eiland konden lunchen. Niet zo’n heel goed idee want het was 3u lopen en vrij bergachtig. Het laatste uur konden we alleen aan eten denken. Alle restaurantjes hebben een heel menu maar zodra je gaat zitten vertellen ze je dat ze ofwel trucha (forel) ofwel kip hebben. Dit is ook zo in Copacabana, erg gevarieerd eten dus. Nou goed, de noordkant van het eiland dus bereikt, een goede lunch gehad en toen nog 2u teruglopen. Het is echt supermooi en rustig daar dus al dat lopen was geen straf. Die avond biertjes gedronken en slappe verhalen verteld op de kamer, net schoolkamp. De meiden gingen de volgende ochtend terug naar het vaste land en de Argentijnen en ik hadden het perfecte chilldagje. Boekje gelezen op ons terras in de zon en aan het eind van de middag met thee en koekjes naar een verlaten strand gewandeld voor de zonsondergang. Op de terugweg bleek er een restaurantje te zijn waar ze de pizza die op het menu stond ook daadwerkelijk serveerden. Hij moest denk ik nog van het vasteland gehaald worden want het duurde 2u voor hij er was, maar met bier en kaarten is wachten niet zo erg. Ik vond het wel relaxed dat eilandleven, weinig keuzes, niks moet alles mag en weinig kan.

Een heel contrast met La Paz, waar we de volgende dag heen reisden. Ik was blij dat ik met twee jongens was die vloeiend Spaans spraken en zich ook nog eens om mij bekommerden (La Paz dat is nog erger dan het ergste ghetto in Buenos Aires, daar ga je niet alleen heen!). We keken alledrie met open mond uit het busraampje toen we de stad binnenreden: het leek inderdaad één grote ghetto. Óveral verkeer, markten met vanalles en nog wat op straat (lama-foetussen…), een gore rivier waar je bloed en uitwerpselen in zag lopen, alleen maar krottenhuisjes. Ik wilde eigenlijk alleen maar weg daar, maar had met Lolly afgesproken om over drie dagen te meeten om samen verder te reizen. De jongens gingen naar een hotel omdat het het laatste weekend van hun vakantie was en ik naar een hostel. De volgende dag zouden we samen de stad gaan verkennen. Ik heb die avond in het hostel gegeten en ben vroeg naar bed gegaan, moest er niet aan denken om de straat op te gaan.

Het eerste wat ik de volgende dag tegen de jongens zei was ‘ik wil hier weg!’, maar zij waren er de avond ervoor met hun hoteleigenaar op uit geweest en begonnen de leuke dingen van de stad in te zien. En dus namen ze mij mee naar leuke marktjes, eettentjes, pleinen. Aan het einde van de dag nog de dubbeldekkertoeristenbus gedaan en heerlijk Mexicaans gegeten en toen kon ik ook de leuke dingen van La Paz zien. Één van de bijzondere uitjes in La Paz is het vrouwenworstelen (Cholitas wrestling), waar ik zondag heen ben geweest. Heel nep allemaal en super toeristisch, maar ik kon er wel om lachen en het was gewoon bizar om vrouwen in Boliviaanse klederdracht te zien worstelen. Maandag vlogen de Argentijnen terug en kwamen Lolly en Nando (vriend uit Ecuador) aan. Ook zij waren in shock dus heb ik hun op mijn beurt de leuke dingen van de stad laten zien.  Wat je ook niet kan missen als je in Bolivia bent is de Death Road. Met een mountainbike 3650m downhill van “de meest dodelijke weg ter wereld”. Ik was er eigenlijk nog niet zo van overtuigd of ik dat niet wilde missen, ben er inmiddels achter dat ik ook niet zo’n snelheidsfreak ben. In combinatie met hoogtevrees leek Death Road me dus niet zo’n geweldig idee. Eenmaal in La Paz hoor je ook allemaal verhalen van toeristen die bijna in het ravijn lagen en benen breken etc. De enige reden waarom ik het wél ging doen was omdat ik achteraf geen spijt wilde hebben dat ik het niet gedaan had (ik herinner me nog een bungeejump in Zuid-Afrika…). Daar stond ik dus op een ochtend op een ijskoude hoge berg. Bescherming aan, overall aan, helm op. Het eerste deel is super leuk, over asfalt toch vrij stijl naar beneden. Maar dat is het oefen gedeelte. Vanaf daar zagen we een slingeren zandweggetje stijl naar beneden lopen, en dat was dus de echte death road. Ik zal er niet omheen draaien, ik was een grote schijterd en de sloomste van de groep. Heb zo’n idee dat die twee auto-ongelukken van vorig jaar daar ook nog hun aandeel in hebben. Maargoed, ik kan in ieder geval zeggen dat ik de death road overleefd heb! Verder heb ik vooral heeeeel veel souvenirs geshopt, voordat we donderdags naar de amazone vlogen!

Ik had heel veel zin om naar de amazone te gaan want had al vanaf Colombia de kans (en daarna in elk land) maar prijstechnisch tot Bolivia gewacht. Om 6.20 vertrok onze vlucht naar Rurrenabaque, een klein stadje in de Boliviaanse amazone. Bij het inchecken waren we verbaasd dat we stoel 2A en 2C kregen en niet twee stoelen naast elkaar. Bij het instappen bleek waarom: het vliegtuig was zo klein dat het stoel-gangpad-stoel was. Ik denk dat we met zo’n 20 personen in het vliegtuigje zaten en vanaf onze stoelen bijna vooraan konden we alles in de cockpit zien. Nu al een avontuur! 40 minuten later stonden we in de benauwde amazone, een heel verschil met het koude grauwe La Paz. Vanaf Rurre was het nog 3 uur rijden naar Santa Rosa, waar onze boot zou vertrekken. Dat was 3 uur over een zandweg en toen het halverwege begon te regenen werd het helemaal avontuurlijk. Het kwam met bakken uit de lucht (wat wil je als je in het regenseizoen naar het regenwoud gaat) en toen we eenmaal in ons open bootje zaten was daar nog niks aan veranderd. Ook de boottocht naar de lodge duurde 2 uur en dus kwamen we totaal doorweekt daar aan. Snel dus droge kleren aangetrokken en toen werden we naar buiten geroepen, want er zat een zwarte kaaiman onder ons hutje (het waren hutjes op palen in het water)! Damn, die beesten zijn groot! Na het avondeten gingen we ons bootje weer in om op zoek te gaan naar de roodoplichtende ogen van de krokodillen in het donker.

De volgende dag hadden we meer geluk qua weer want het was droog, erg fijn als je de hele dag op een open bootje op het water zit. ‘S Morgens gingen we naar een eilandje waar veel anaconda’s zitten en op de weg daarheen zagen we paradijsvogels, papegaaien, tucans, roze dolfijnen, schildpadden, apen en nog tientallen exotische vogels. Op het anaconda-eiland alleen maar kleine slangen gevonden maar daar was ik eigenlijk wel blij mee! In de middag stond piranha vissen op het programma. Alle visskills die ik vroeger van ome Piet heb geleerd mochten niet baten want ik had niks gevangen, ik tegenstelling tot Lolly die er 5 had gevangen. Gelukkig toch het avondeten op tafel gekregen dus ;).

De laatste dag van de trip stonden we vroeg op voor de zonsopkomst. In het regenseizoen komt dit echter neer op half in de bosjes zitten wachten tot het licht wordt terwijl je volledig lek geprikt wordt door de muggen (niemand heeft de trip met minimaal 50 muggenbulten verlaten en het gemiddelde ligt meer richting de 150). Het ochtendprogramma was zwemmen met de roze dolfijnen (zijn zoetwaterdolfijnen en ze zijn écht roze), wat meer in de buurt kwam van zwemmen in hetzelfde water als de dolfijnen (en piranha’s en krokodillen). Maar wel weer veel dolfijnen gezien wat uiteraard super mooi was! We hadden op een gegeven moment bedacht dat dolfijnen reageren op hoge tonen en dus stonden we met de hele boot gouwe ouwe nummers mee te blèren. Het leek nog te helpen ook! Na de lunch gingen we weer terug naar Santa Rosa. Het was echter verkiezingsdag in Bolivia en ook dat zorgde weer voor een mooi avontuurtje. Ten eerste mocht niemand iets doen tot half 6 ‘s avonds. Niemand mag werken dus alles is gesloten en er rijden geen taxi’s. Dus onze taxi mocht pas na half 6 uit het dorpje vertrekken om ons op te komen halen. Na de hele middag te hebben gekaart in het gras in het zonnetje werden we rond 6u dus opgehaald. Om even later toen we in het dorpje aankwamen weer te moeten stoppen. Om de een of andere reden mocht niemand verder rijden en dus stonden we vast in een minidorpje in de amazone. Een paar kids waren aan het voetballen en daar hebben we ons toen maar bij aangesloten. Toen we eenmaal verder konden rijden ging de zon onder, en de combinatie met een tropisch muziekje op een ellenlange zandweg gaf mij weer echt een avontuur gevoel. Kijk mij nou, op de zondagavond!

Die avond sliepen we in Rurre en de volgende ochtend vlogen we terug naar La Paz. Erg jammer, ik vond het super gaaf in de amazone en had gerust nog langer willen blijven. In La Paz nog de bekende kabelbaan omhoog genomen voor het uitzicht en mezelf getrakteerd op bitterballen en stroopwafels bij een Nederlands restaurant. ‘S avonds de nachtbus naar Potosí gepakt, waar we nu zijn. Ik kom net terug van het ziekenhuis want arme Lolly heeft een flinke salmonella infectie opgelopen. Verder zijn hier al allemaal festiviteiten aan de gang voor Pasen. Als Lolly op tijd beter is gaan we deze week nog naar Sucre en maandag begin ik met mijn vrijwilligerswerk in Oruro! Heel veel zin om een andere kant van Bolivia te gaan zien en hopelijk kan ik iets betekenen voor de organisatie. Dat is trouwens Ayni, voor de geïnteresseerden: www.ayni.nl



Mijn locatie Potosi, Potosi Department, Bolivia.