Bolivia: Isla del Sol, La Paz en de amazone

Na Peru doorgereisd naar Bolivia. Bij de grens kom je er meteen achter wat voor een land het is. We waren met 2 Europeanen, 2 Argentijnen en 4 Amerikanen. De Europeanen en Argentijnen kregen zonder problemen hun stempel (enige minpuntje was dat ik niet de gevraagde 90 dagen kreeg en nog ergens een verlening van mijn 30 dagen visum moet regelen), de Amerikanen kregen gezeik. Eerst wilde de douane dat ze twee paspoortfoto’s inleverden. Die moesten ze in Peru laten maken. Dus: taxi terug naar Peru, Bolivianos weer teruggewisseld voor Soles, pasfoto’s laten maken en weer de grens over. Één meisje sprak goed Spaans en zij kreeg haar stempel. De andere drie moesten een kopie van hun paspoort laten maken. Dat kon gelukkig bij het grenskantoor, dus kopie gemaakt, terug de rij en en toen kreeg het andere meisje ook haar stempels. De twee jongens echter kregen een formulier wat ze in moesten vullen. Ingevuld, terug de rij in, zegt de douane “nee dit formulier geldt niet, dit is een kopie” (ze hadden het zelf gegeven). De ene Amerikaan luisterde netjes, vulde het officiële formulier in en kreeg zijn stempel, de andere zei er wat van dat het nergens op sloeg met als gevolg dat hij weer terug de rij in moest om zijn gelekoortscertificaat te laten zien. En toen wéér terug kon om een Ebola verklaring in te vullen… Zo’n 1,5u later hadden we dan allemaal de benodigde stempel en konden we door naar Copacabana.

Bolivia is tot nu toe niet echt soloreiziger-vriendelijk. Alle slaapplekken zijn private rooms en zo kwam het dus dat ik die avond een bed deelde met een Zwitsers meisje wat ik diezelfde dag in de bus had leren kennen. Wel een heerlijk plekje na veel steden in Peru. Een klein dorpje aan het Titicacameer. Die middag gepicknickt op het strand en ‘s avonds de heuvel beklommen voor de zonsondergang. Goed leven! De volgende ochtend samen met de Argentijnse jongens de boot gepakt naar Isla del Sol. Dit is een vrij klein eiland in het Titicacameer. Het Titicacameer is trouwens het hoogste bevaarbare meer ter wereld, dus die kan ik ook weer afstrepen! Isla del Sol is heeeeeel rustig, er zijn geen motorvoertuigen. We hadden een heerlijke kamer met uitzicht op het meer en de besneeuwde bergtoppen. Na het inchecken gingen we het eiland verkennen. We hadden bedacht dat we dan mooi aan de andere kant van het eiland konden lunchen. Niet zo’n heel goed idee want het was 3u lopen en vrij bergachtig. Het laatste uur konden we alleen aan eten denken. Alle restaurantjes hebben een heel menu maar zodra je gaat zitten vertellen ze je dat ze ofwel trucha (forel) ofwel kip hebben. Dit is ook zo in Copacabana, erg gevarieerd eten dus. Nou goed, de noordkant van het eiland dus bereikt, een goede lunch gehad en toen nog 2u teruglopen. Het is echt supermooi en rustig daar dus al dat lopen was geen straf. Die avond biertjes gedronken en slappe verhalen verteld op de kamer, net schoolkamp. De meiden gingen de volgende ochtend terug naar het vaste land en de Argentijnen en ik hadden het perfecte chilldagje. Boekje gelezen op ons terras in de zon en aan het eind van de middag met thee en koekjes naar een verlaten strand gewandeld voor de zonsondergang. Op de terugweg bleek er een restaurantje te zijn waar ze de pizza die op het menu stond ook daadwerkelijk serveerden. Hij moest denk ik nog van het vasteland gehaald worden want het duurde 2u voor hij er was, maar met bier en kaarten is wachten niet zo erg. Ik vond het wel relaxed dat eilandleven, weinig keuzes, niks moet alles mag en weinig kan.

Een heel contrast met La Paz, waar we de volgende dag heen reisden. Ik was blij dat ik met twee jongens was die vloeiend Spaans spraken en zich ook nog eens om mij bekommerden (La Paz dat is nog erger dan het ergste ghetto in Buenos Aires, daar ga je niet alleen heen!). We keken alledrie met open mond uit het busraampje toen we de stad binnenreden: het leek inderdaad één grote ghetto. Óveral verkeer, markten met vanalles en nog wat op straat (lama-foetussen…), een gore rivier waar je bloed en uitwerpselen in zag lopen, alleen maar krottenhuisjes. Ik wilde eigenlijk alleen maar weg daar, maar had met Lolly afgesproken om over drie dagen te meeten om samen verder te reizen. De jongens gingen naar een hotel omdat het het laatste weekend van hun vakantie was en ik naar een hostel. De volgende dag zouden we samen de stad gaan verkennen. Ik heb die avond in het hostel gegeten en ben vroeg naar bed gegaan, moest er niet aan denken om de straat op te gaan.

Het eerste wat ik de volgende dag tegen de jongens zei was ‘ik wil hier weg!’, maar zij waren er de avond ervoor met hun hoteleigenaar op uit geweest en begonnen de leuke dingen van de stad in te zien. En dus namen ze mij mee naar leuke marktjes, eettentjes, pleinen. Aan het einde van de dag nog de dubbeldekkertoeristenbus gedaan en heerlijk Mexicaans gegeten en toen kon ik ook de leuke dingen van La Paz zien. Één van de bijzondere uitjes in La Paz is het vrouwenworstelen (Cholitas wrestling), waar ik zondag heen ben geweest. Heel nep allemaal en super toeristisch, maar ik kon er wel om lachen en het was gewoon bizar om vrouwen in Boliviaanse klederdracht te zien worstelen. Maandag vlogen de Argentijnen terug en kwamen Lolly en Nando (vriend uit Ecuador) aan. Ook zij waren in shock dus heb ik hun op mijn beurt de leuke dingen van de stad laten zien.  Wat je ook niet kan missen als je in Bolivia bent is de Death Road. Met een mountainbike 3650m downhill van “de meest dodelijke weg ter wereld”. Ik was er eigenlijk nog niet zo van overtuigd of ik dat niet wilde missen, ben er inmiddels achter dat ik ook niet zo’n snelheidsfreak ben. In combinatie met hoogtevrees leek Death Road me dus niet zo’n geweldig idee. Eenmaal in La Paz hoor je ook allemaal verhalen van toeristen die bijna in het ravijn lagen en benen breken etc. De enige reden waarom ik het wél ging doen was omdat ik achteraf geen spijt wilde hebben dat ik het niet gedaan had (ik herinner me nog een bungeejump in Zuid-Afrika…). Daar stond ik dus op een ochtend op een ijskoude hoge berg. Bescherming aan, overall aan, helm op. Het eerste deel is super leuk, over asfalt toch vrij stijl naar beneden. Maar dat is het oefen gedeelte. Vanaf daar zagen we een slingeren zandweggetje stijl naar beneden lopen, en dat was dus de echte death road. Ik zal er niet omheen draaien, ik was een grote schijterd en de sloomste van de groep. Heb zo’n idee dat die twee auto-ongelukken van vorig jaar daar ook nog hun aandeel in hebben. Maargoed, ik kan in ieder geval zeggen dat ik de death road overleefd heb! Verder heb ik vooral heeeeel veel souvenirs geshopt, voordat we donderdags naar de amazone vlogen!

Ik had heel veel zin om naar de amazone te gaan want had al vanaf Colombia de kans (en daarna in elk land) maar prijstechnisch tot Bolivia gewacht. Om 6.20 vertrok onze vlucht naar Rurrenabaque, een klein stadje in de Boliviaanse amazone. Bij het inchecken waren we verbaasd dat we stoel 2A en 2C kregen en niet twee stoelen naast elkaar. Bij het instappen bleek waarom: het vliegtuig was zo klein dat het stoel-gangpad-stoel was. Ik denk dat we met zo’n 20 personen in het vliegtuigje zaten en vanaf onze stoelen bijna vooraan konden we alles in de cockpit zien. Nu al een avontuur! 40 minuten later stonden we in de benauwde amazone, een heel verschil met het koude grauwe La Paz. Vanaf Rurre was het nog 3 uur rijden naar Santa Rosa, waar onze boot zou vertrekken. Dat was 3 uur over een zandweg en toen het halverwege begon te regenen werd het helemaal avontuurlijk. Het kwam met bakken uit de lucht (wat wil je als je in het regenseizoen naar het regenwoud gaat) en toen we eenmaal in ons open bootje zaten was daar nog niks aan veranderd. Ook de boottocht naar de lodge duurde 2 uur en dus kwamen we totaal doorweekt daar aan. Snel dus droge kleren aangetrokken en toen werden we naar buiten geroepen, want er zat een zwarte kaaiman onder ons hutje (het waren hutjes op palen in het water)! Damn, die beesten zijn groot! Na het avondeten gingen we ons bootje weer in om op zoek te gaan naar de roodoplichtende ogen van de krokodillen in het donker.

De volgende dag hadden we meer geluk qua weer want het was droog, erg fijn als je de hele dag op een open bootje op het water zit. ‘S Morgens gingen we naar een eilandje waar veel anaconda’s zitten en op de weg daarheen zagen we paradijsvogels, papegaaien, tucans, roze dolfijnen, schildpadden, apen en nog tientallen exotische vogels. Op het anaconda-eiland alleen maar kleine slangen gevonden maar daar was ik eigenlijk wel blij mee! In de middag stond piranha vissen op het programma. Alle visskills die ik vroeger van ome Piet heb geleerd mochten niet baten want ik had niks gevangen, ik tegenstelling tot Lolly die er 5 had gevangen. Gelukkig toch het avondeten op tafel gekregen dus ;).

De laatste dag van de trip stonden we vroeg op voor de zonsopkomst. In het regenseizoen komt dit echter neer op half in de bosjes zitten wachten tot het licht wordt terwijl je volledig lek geprikt wordt door de muggen (niemand heeft de trip met minimaal 50 muggenbulten verlaten en het gemiddelde ligt meer richting de 150). Het ochtendprogramma was zwemmen met de roze dolfijnen (zijn zoetwaterdolfijnen en ze zijn écht roze), wat meer in de buurt kwam van zwemmen in hetzelfde water als de dolfijnen (en piranha’s en krokodillen). Maar wel weer veel dolfijnen gezien wat uiteraard super mooi was! We hadden op een gegeven moment bedacht dat dolfijnen reageren op hoge tonen en dus stonden we met de hele boot gouwe ouwe nummers mee te blèren. Het leek nog te helpen ook! Na de lunch gingen we weer terug naar Santa Rosa. Het was echter verkiezingsdag in Bolivia en ook dat zorgde weer voor een mooi avontuurtje. Ten eerste mocht niemand iets doen tot half 6 ‘s avonds. Niemand mag werken dus alles is gesloten en er rijden geen taxi’s. Dus onze taxi mocht pas na half 6 uit het dorpje vertrekken om ons op te komen halen. Na de hele middag te hebben gekaart in het gras in het zonnetje werden we rond 6u dus opgehaald. Om even later toen we in het dorpje aankwamen weer te moeten stoppen. Om de een of andere reden mocht niemand verder rijden en dus stonden we vast in een minidorpje in de amazone. Een paar kids waren aan het voetballen en daar hebben we ons toen maar bij aangesloten. Toen we eenmaal verder konden rijden ging de zon onder, en de combinatie met een tropisch muziekje op een ellenlange zandweg gaf mij weer echt een avontuur gevoel. Kijk mij nou, op de zondagavond!

Die avond sliepen we in Rurre en de volgende ochtend vlogen we terug naar La Paz. Erg jammer, ik vond het super gaaf in de amazone en had gerust nog langer willen blijven. In La Paz nog de bekende kabelbaan omhoog genomen voor het uitzicht en mezelf getrakteerd op bitterballen en stroopwafels bij een Nederlands restaurant. ‘S avonds de nachtbus naar Potosí gepakt, waar we nu zijn. Ik kom net terug van het ziekenhuis want arme Lolly heeft een flinke salmonella infectie opgelopen. Verder zijn hier al allemaal festiviteiten aan de gang voor Pasen. Als Lolly op tijd beter is gaan we deze week nog naar Sucre en maandag begin ik met mijn vrijwilligerswerk in Oruro! Heel veel zin om een andere kant van Bolivia te gaan zien en hopelijk kan ik iets betekenen voor de organisatie. Dat is trouwens Ayni, voor de geïnteresseerden: www.ayni.nl



Mijn locatie Potosi, Potosi Department, Bolivia.

Zuid-Peru

De laatste tijd veel gedaan en weinig geschreven, dus alles zit niet meer helemaal goed in mijn geheugen. Lima is inmiddels ook alweer even geleden (ik heb geeneens een idee hoe lang…).

In Lima was ik nog met Milena. We verbleven in de wijk Miraflores, van alle gemakken voorzien. Weer een heerlijke westerse supermarkt met (bijna) alles wat je wilt, leuke restaurantjes, parkjes en de zee. We hebben een tour door downtown Lima gedaan, zijn wezen shoppen, stappen, hebben ceviche gegeten, zijn naar de lokale markt geweest en hebben nog een leuk wijkje bezocht. Zeker niet verveeld in Lima dus, en de batterij weer even opgeladen naar alle activiteiten in Huaraz. Milena is daarna direct door naar Cusco gegaan, ik ging met een omweg. Maar niet voordat ik nog even heel casual bij een reisbureau ging informeren of er niet heel misschien een plekje voor me was op de Inca trail, over een week of twee. Voor de rookies: de Inca trail naar Machu Picchu is de meest populaire trekking van Zuid-Amerika en moet je over het algemeen minstens 3 maanden vantevoren boeken. Ik wist niet wanneer ik in Cusco zou zijn en had geen zin om dingen vast te leggen. Er zijn veel alternatieve routes naar Machu Picchu en ik had dus besloten dat ik een van die zou doen. Maar toen zei de mevrouw van het reisbureau dat er nog een plekje voor me was op 11 maart! Voor een redelijke prijs en de organisatie stond goed aangeschreven, dus ik sprong een gat in de lucht want over twee weken zou ik DE Inca Trail gaan lopen!

Na Lima ben ik doorgereisd naar Huacachina, een bizar oase-dorpje midden in de woestijn. Ik kwam rond het middaguur aan en een paar uur later gleed ik op een bord van de zandduinen af. Dat is namelijk waar toeristen voor naar Huacachina komen: sandboarden. Het was echt heel erg vet. Eerst ga je met de hele groep in een sandbuggy door de woestijn. Door velen vaak omschreven als ‘desert rollercoaster’. Volle gas de zandduinen over, handen omhoog als je naar beneden gaat en lekker voluit gillen. Vervolgens wordt je boven aan een van de zandduinen gedropt om met je sandboard naar beneden te glijden. Hoe, dat maakt niet zoveel uit. In eerste instantie wilde ik gaan staan maar dat bleek zelfs voor de snowboardpro’s vrij lastig, dus na wat gestuntel op lagere zandduinen ging uiteindelijk iedereen liggend, met je hoofd naar voren van de hoge duinen af. Aaaaahhh! Ohnee, mond dicht, zaaaandddd! Toen we zo van drie hoge duinen gegleden waren gingen we weer de buggy in voor de desert-rollercoaster. Worden we vervolgens er weer uitgegooid boven aan een berg! Nog 3 bergen naar beneden dus, wooehoehhhhw. Mijn adrenaline was weer ver boven het normale peil en die avond heb ik nog wat biertjes gedronken met een Nederlandse jongen van het hostel en een Deense jongen die ik kende uit Huaraz. De volgende dag had ik nog de hele dag in Huacachina, maar het dorp is letterlijk niks anders dan een weggetje om de oase waar alleen maar hostels, hotels en restaurants te vinden zijn. Dus heb ik maar de hele dag aan het zwembad van het hostel gelegen. ‘s Avonds zijn we nog een van de zandduinen opgeklommen voor de zonsondergang voordat we de nachtbus naar Arequipa pakten (de NL jongen ging met me mee).

Arequipa is een van de grotere steden in Peru maar doet totaal niet groot aan. Een mooie, schone en rustige stad. We hadden een heel fijn hostel waar we veel film hebben gekeken en gegeten met een hele groep. Ook weer de welbekende Free Walking Tour gedaan. In Arequipa is daarnaast een heel groot klooster waar vroeger op het hoogtepunt meer dan 300 nonnen woonden. Dit klooster is net een ommuurd dorp midden in de stad en was leuk om doorheen te wandelen. Maaaaar voor dit alles heb ik natuurlijk geen omweggetje gemaakt. Ik kwam voor de Colca Canyon. Ik wilde een twee daagse tocht naar de canyon doen maar toen ik net in Arequipa was waren er aardbevingen waardoor we de canyon niet in konden. Ik heb me die dagen dus toch wel goed vermaakt maar uiteindelijk konden we dan toch naar de Colca Canyon.

Op de eerste dag werden we om 3 uur ’s nachts opgehaald, zodat we op tijd (rond 8 uur) bij de cruz del condor zouden zijn. Dit is een plek in de Colca Canyon waar condors zich verzamelen. Ondanks het regenseizoen scheen de zon en de condors waren in grote getalen aanwezig. Heel erg gaaf, de vogels hebben een spanwijdte van meer dan 3 meter en ze vlogen over ons heen en langs ons af.  Dat in combinatie met de diepste canyon ter wereld onder je en hoge bergen om je heen maakt dat je je echt nietig voelt. Voor mij was dit eigenlijk al het hoogtepunt van de tour, maar het eigenlijk doel moest nog komen. Na de condors zijn we verder gereden naar een dorpje van waaruit we de canyon in zouden gaan. Het was een afdaling van drie uur, vrij pittig voor de knieeen. Eenmaal beneden wachtte er weer een oase op ons, bungalows en een zwembad. Heel even van genoten en toen viel de hele groep als een blok in slaap. Toen we wakker werden voor het avondeten regende het dat  het goot en om die reden was er geen elektriciteit. Diner bij kaarslicht dus en daarna weer regelrecht ons warme bedje in. Om een paar uur later wakker te schrikken van een aardbeving… Jeej, wat was dat bizar! Lig je te slapen in de diepste canyon ter wereld, in een gammel hutje, begint de grond ineens te bewegen. Echt heel raar, de eerste aardbeving die ik ook daadwerkelijk heb gevoeld. Gelukkig niks ernstigs aan de hand en dus maar weer gaan slapen, want om 5u moesten we weer opstaan. Dit keer om de canyon dus te beklimmen. Goede oefening voor de Inca trail! Halverwege zei de gids: oke, nu allemaal twee aan twee en rennen! Uh hallo, het is hier vrij steil, rennen?! Ja, zie je al die stenen hier? Als er nu weer een aardbeving komt ben je er geweest dus ga maar zo snel als je kan! Toen kon ik uiteraard wel rennen. Maar geen aardbeving natuurlijk en we zijn allemaal weer heelhuids boven gekomen. Op de terugweg nog op hondermiljoen toeristische plekken gestopt waar eigenlijk weinig aan was, het nadeel van met een tour meegaan (we wilden op onszelf gaan maar door de aardbevingen kon dat niet).

En toen kwam ik terug in het hostel en had ik 1 uur om me klaar te maken voor de nachtbus naar Cusco! Laura, die ik in Arequipa had leren kennen, ging met me mee. Ik had 5 dagen in Cusco voordat de Inca trail begon. De eerste dag waren we super gaar van de busreis en hebben we dan ook weinig gedaan. De tweede dag hebben we weer een Free Walking Tour gedaan en ben ik nog op stap geweest. De derde dag ging Laura naar Machu Picchu en heb vrij weinig gedaan (ook fijn soms, even je foto’s back-uppen, mails beantwoorden, blog schrijven etc.). De vierde dag heb ik wat markten en museums bezocht en de vijfde dag heb ik me voorbereid op de Inca Trail. Milena was ook in Cusco en kwam net terug van de Inca trail, dus ik heb met haar gelunchd en ben vervolgens met haar tips spullen gaan inslaan. Een regenbroek, poncho, wandelstok… ook in Cusco was het regenseizoen en Milena had 4 dagen regen gehad. Inmiddels al veel hikes gedaan maar ik ben nog nooit ZO goed voorbereid geweest. Ik stond echt te popelen om te beginnen maar was ook een beetje nerveus (van de verhalen over hoe zwaar het zou zijn).

En toen was het dan zover, ik ging naar Machu Picchu, ongeveer de reden waarom ik deze hele reis ben begonnen (ja, de hele Machu Picchu onderneming is een beetje uit de hand gelopen ;-)). Dag 1 van de Inca trail zou makkelijk zijn. Het was vooral heel lang rijden naar het startpunt, km 82. We hadden een jonge groep van 16 personen, allemaal tussen de 20 en 30 en waarvan 9 Argentijnen en de rest uit Australie, Belgie, USA en ik dus. We zijn allemaal begonnen met het dragen van onze eigen rugzakken (zo’n 10 kg) en we hadden een hele lieve vrouwelijke gids. Door het checkpoint, stempel in je paspoort en lopen! De eerste dag loop je door de Sacred Valley, een vallei dus met mooie uitzichten, kleine dorpjes en al de eerste Inca ruines. Ook al een klein bergje beklommen wat toch vrij zwaar was met 10 kg op je rug. Tegen een uur of 5 kwamen we op de camping aan waar de porters onze tenten al voor ons hadden opgezet en thee hadden gezet. Na theetijd even relaxen, avondeten en dan je bed in. Die avond hadden we de discussie: morgen wel of niet met rugzak de berg op? Dag 2 staat bekend om de zwaarste dag, je begint met 5 uur lang een berg beklimmen (tot een hoogte van 4250m). Ik voelde me opzich vrij fit en had wel zin om de uitdaging aan te gaan, maar iedereen besloot om een porter te huren voor zijn rugzak en ik wilde ook niet de trage zijn die achteraan liep te zweten met z’n grote rugzak en zo de hele groep op hield.

Dag 2, ik weet niet wat er met me aan de hand was maar ik ging echt als een machine die berg op. Van die hele groep van 16 jonge fitte mensen was ik als tweede de berg op! Het is zeker geen competitie, maar weet je nog die vulkaan in Guatemala een half jaar geleden? Toen kwam ik net halverwege! En nu had  ik nergens last van, mijn ademhaling ging goed, was niet moe. Misschien komt het omdat ik inmiddels al aan de hoogtes gewend ben, meerdere hikes heb gedaan en daarvan heb geleerd (bijv. Dat ik veel moet eten omdat ik anders slappe benen krijgen) of ik had gewoon een topdag. Ik heb een soort minidagboekje bijgehouden tijdens de Inca trail en die avond schreef ik dat als ik nu een topsporter op de Olympische spelen was ik die dag zeker goud had gewonnen haha. Nou goed, enorm genoten dus die dag van de fantastische uitzichten en het hele feit dat ik DE Inca trail aan het lopen was. Die berg trouwens in 2,5 uur ipv 5 uur beklommen… (ons hele ‘Engelstalige’ groepje was vrij snel). Op bepaalde punten wacht je telkens op de hele groep en zo wordt het dus toch 5 uur (totaal niet erg, lekker genieten in die pauzes!). Eenmaal aan de top stond ons nog een afdaling van 2 uur te wachten tot aan de camping.

Dag 3 klim je minder maar is vooral een hele lange dag. We vertrokken om 7 uur ’s morgens en kwamen om 5 uur ’s avonds pas aan op de camping. Deze dag doe je nog wel twee bergpassen. De Inca trail zoals die nu is is niet helemaal zoals de Inca’s hem zo’n 500 jaar geleden liepen. Dag 1 is maar 20% origineel, dag 2 40% maar dag 3 is 90% origineel. Dat merk je vooral aan het feit dat je de hele dag over een stenen pad loopt. Deze dag was een combinatie van klimmen en afdalen en vooral dat afdalen vonden mijn knieeen geen pretje. De afdalingen zijn vrij steil, van hoge stenen trappen. Deze dag hebben we ook weer veel ruines gezien en het stuk na de tweede bergpas was absoluut het mooiste stuk van de Inca trail. Je loopt dan hoog door de bergen maar toch vrij vlak naast de geweldige uitzichten zie je ook heel veel mooie bloemen. Op het hoogste punt van de tweede bergpas kan je daarnaast al de Machu Picchu berg zien! De camping die avond was vlak voor de ingang van Machu Picchu.

Dag 4 ging de wekker om 3:30 en viel de regen voor het eerst tijdens de trail met bakken uit de lucht (dus heel veel geluk gehad!). Vanaf de camping was het 10 minuten lopen naar de ingang, die pas om half 6 open ging. Wachten dus, met 500 man in het donker voor de ingang van Machu Picchu. Na de ingang is het nog 1,5u lopen naar de Sun Gate, de eerste plek tijdens de trail dat je Machu Picchu ziet. Daar hebben we ontbeten en toen de zon doorkwam was er een regenboog die precies op Machu Picchu uitkwam! Heel erg vet. Daarna weer 45 minuten afdalen en toen waren we er dan, Machu Picchu! Je komt eerst aan op het punt waar de welkbekende foto’s gemaakt woren.  Toen we aankwamen was het nog heel erg bewolkt en kon je Machu Picchu niet zien maar langzaam stegen de wolken op en 10 minuten later hadden we een super uitzicht. Dus heeeel veel variaties op de beroemde foto genomen en toen kregen we nog een tour door Machu Picchu. We moesten eerst nog naar buiten om weer naar binnen te komen via de ingang voor de toeristen die geen Inca trail hebben gelopen. Ook heer weer een stempel in ons paspoort gekregen en inmiddels was de zon helemaal door en hadden we dus weer super geluk met het weer en een fantastische dag in Machu Picchu. Het is echt zo bizar om te zien wat die Inca’s allemaal hebben gebouwd, wat voor primitieve maar heel inventieve dingen ze bedacht hebben en dat dat hele volk nu niet meer bestaat. Na de tour werden we naar Aguas Calientes ofwel Machu Picchu dorp gebracht, een paar straten met alleen toeristen, restaurants en hotels. Hiervandaan zouden we pas om half 7 ’s avonds de trein hebben naar Ollantaymbo, vanwaar we nog met de bus naar Cusco moesten. Rond middernacht kwam ik dus heeeelemaal gebroken terug in mijn hostel. Ik was zo moe dat ik niet eens meer heb gedoucht (na vier dagen lopen zonder te douchen) en meteen als een blok in slaap ben gevallen. Maar oh, wat was dat gaaf! Zeker mijn hoogtepunt van Peru en misschien wel van de hele reis. Ik ben heeeel blij dat ik uiteindelijk de originele Inca trail heb kunnen doen want ik vond het heel vet om alle ruines onderweg te zien, over het stenen Inca pad te lopen (onderweg veel gegrapt trouwens dat alles op de Inca trail het woord ‘Inca’ ervoor krijgt: Inca brug, Inca tunnel, Inca pad…), aan te komen via de sun gate….

Terug in Cusco heb ik Lolly, mijn reisgenootje van Centraal Amerika nog gezien! Was superleuk om haar weer te zien nadat we na Panama allebei verschillende dingen hebben gedaan. Zij gaat nog naar Machu Picchu maar we zijn van plan in Bolivia weer samen te gaan reizen.

Ik ben 5 weken in Peru geweest, het langste in 1 land op Guatemala na, en het waren 5 geweldige weken met het absolute hoogtepunt op het einde. Vanavond pak ik de bus naar Bolivia!

 

 

Mijn locatie .

Noord-Peru

Mijn eerste stop in Peru was dus Mancora. Mancora kan je omschrijven als een straat en een strand, met heel veel restaurants, bars en souvenirwinkels. Heel erg toeristisch dus. Maar Mancora kan je ook omschrijven als: Loki del Mar. Het partyhostel daar. Voor backpackersbudget waan je je een paar dagen in een resort met zwembad aan zee (behalve dan dat je nog steeds gezellig met 8 mensen op een kamer slaapt). Zon, zee, strand en feest dus. Ik bleek hele leuke kamergenootjes te hebben en had gelijk na aankomst dus een leuk groepje om me heen met wie ik die drie dagen heb doorgebracht. Geheel onverwacht gingen we de tweede dag met wilde zeeschildpadden zwemmen. Ik wist niet eens dat dat kon daar. Met zijn negenen eerst in de bus naar het dorpje Organos om vanuit daar een taxi te nemen naar de plek waar de zeeschildpadden waren. Een Argentijns meisje deed de zaken want zij sprak uiteraard perfect Spaans. En zo zaten we 5 minuten later met zijn negenen (en de chauffeur) in 1 taxi! Een stationwagen, dat wel. 3 in de kofferbak, 4 op de achterbank en 2 op de bijrijdersstoel en dan lekker met volle gas door de woestijn crossen, ik vond het heerlijk avontuurlijk! Eenmaal bij de plek van de zeeschildpadden aangekomen bleek het een pier te zijn waar de vissersboten elke dag terugkeren en daarom de zeeschildpadden ook (lekker visjes eten), het rook er dus heeeerlijk! Heel wat Peruanen lagen al in de zee, en nadat we ons zwemvest aan hadden getrokken sprongen ook wij er tussen. De zeeschildpadden hadden totaal geen schrik en zwommen lekker om ons heen (en tegen ons aan). Best wel eng nog want die beesten zijn echt groot en ze hadden nog honger ook. Maar wel een hele leuke ervaring, weer eentje om van de bucketlist af te strepen.

Verder was Mancora vooral HEUL heet, een groot feest en lekker eten. Ik wilde nog gaan surfen maar er waren geen golven, dus dan houdt het al gauw op. Een van de hoogtepunten was ook nog de allerlekkerste sushi ooit. Met vier meiden all-in sushi gaan eten voor 8 euro pp inclusief een wijntje, wat een feest! Maar na 3 dagen had ik het daar dus wel weer gezien en was het tijd om te gaan carnavallen. Althans, dat was het plan, helaas gaat niet altijd alles zoals gepland…

Het carnaval was in Cajamarca, 15 uur bussen vanaf Mancora. Ik was er dus helemaal klaar voor met mijn gereserveerde prive kamer (veel te duur, maar voor carnaval moet je wat over hebben!). Helaas was er geen directe bus en dus had ik een ticket voor de bus naar Chiclayo geboekt zodat ik daar de bus naar Cajamarca kon pakken. Die ging elk half uur, aldus het alleraardigste (NIET! ze was echt de sloomste trut ever) meisje van het busstation. Om 22u zou de bus naar Chiclayo vertrekken en ik moest er een half uur vantevoren zijn, dus ik zat netjes om 21:30 te wachten op de bus. Die er uiteraard niet was om 22u. En om 23u ook niet. Een van de meiden uit mijn hostel had de bus van 22:30 die dezelfde kant op ging, en toen die om 23:30 arriveerde smeekte ik dan ook of ik daar niet ook mee mee kon. Nee, heb geduld meisje, je bus komt echt wel (dit zeiden het alleraardigste meisje van het busstation en haar vriend). Inmiddels kwamen er al mensen aan voor de bus van 00:00u en toen ik hen sarcastisch vertelde dat ik nog steeds op de bus van 22u aan het wachten was, werd de meneer van het busstation boos op MIJ! Geef je kaartje maar hier, zei hij. Nou, veel meer kon er toch al niet misgaan, dus ik geef mijn kaartje. Om hem vervolgens terug te krijgen met 22u doorgekrast en 00u ernaast gekrabbeld. Wel ($&$%))! Maar ja ik had geen poot om op te staan, kon moeilijk gaan lopen dus uiteindelijk om half 1 in de bus gestapt (na 3 uur wachten dus). Echt de meest aftandse bus die je ooit hebt gezien. De chickenbusses in Guatemala waren nog 10x beter en daar betaal je10x minder voor. Het bagageruim was vol maar mijn tas paste ook niet IN de bus van die zat al afgeladen vol met mensen, en de buschauffeur zat allemaal moeilijk te doen om het tweede bagageruim open te maken. Maar er zat dus niks anders op, en toen hij hem open maakte begreep ik waarom hij zo moeilijk deed: er zaten mensen in het bagageruim! Ik was in SHOCK! De busreis zou 6u duren en hij was al minsten 1,5u onderweg. Gewoon een heel gezin, in het pikkedonker in het bagageruim van een mega gammele bus, super gevaarlijk! En toen ik in de bus zat dacht ik pas ohja, nu ligt mijn tas met AL mijn spullen bij die mensen, die zal straks dus wel leeg zijn. En het moest dus een slaapbus zijn maar er waren niet genoeg stoelen voor iedereen dus er stonden/zaten/lagen mensen in het gangpad. Ik had maar dankbaar gebruik gemaakt van het blonde-haren-blauwe-ogen-effect en het aanbod van een kerel om op zijn stoel te mogen zitten aangenomen.Mijn handbagage stevig in mijn armen geklemd, jas over mijn hoofd en proberen te slapen. Totaal gebroken kwam ik dus om 6u ‘s ochtends in Chiclayo aan, en daar werd weer dankbaar gebruik van gemaakt door meneer de taxichauffeur. Lekker 10x het bedrag vragen aan dat Nederlandse meisje. Ik had niet eens de puf om er tegenin te gaan, klootzak. Hij had me afgezet bij de busmaatschappij van Cajamarca, dus ik met heel mijn hebben en houden (alles zat trouwens nog in mijn backpack, joehoeh!) naar de balie. Een kaartje voor de bus naar Cajamarca alstublieft. “No”. Wat nee? “No”. Uhm, hoezo niet? “Vol”. Allemaal? “Alledrie, ja”. Ik dacht dat ze elk half uur gingen? “No”. Ohhhh neee! Wanneer is er wel plek? “Morgen”. MORGEN!? Daar stond ik dan in mijn eentje om 7u ‘s morgens en NIEMAND die me hielp. Die vrouw van de balie had nog nooit van meedenken gehoord, ik ben naar iedereen die in die hal was toegelopen om te vragen of ze wisten hoe ik in Cajamarca kon komen (zijn er misschien andere busmaatschappijen? Is er een andere stad vanwaar ik de bus kan pakken? Is er een kans dat er een plekje vrij komt?) maar iedereen was zo stug en niemand wilde mijn vragen beantwoorden. Oh wat voelde ik me hulpeloos! Dus maar de LonelyPlanet erbij gepakt maar die bood ook geen uitkomst. Wat moest ik nou?! Even zitten en nadenken maar. Ik wilde daar weg, na die verschrikkelijke reis in die verschrikkelijke stad met die verschrikkelijke mensen.

Dat meisje uit mijn hostel dat de bus voor mij had ging naar Trujillo, daar was ik nu nog maar 4u vandaan. En dus leek me het beste plan om daar ook maar heen te gaan, ik wist dat ze een fijn hostel had geboekt en dan had ik tenminste een bekende om me heen. Die bussen gingen gelukkig ieder kwartier en zo kwam ik om 12u ‘s middags aan in Trujillo. Het hostel bleek inderdaad erg fijn te zijn, het waren een paar slaapkamers bij mensen thuis. Ik werd heel aardig en behulpzaam ontvangen en ben daarna meteen op bed geploft.Ondanks die lieve mevrouw wilde ik toen eigenlijk alleen maar naar huis. Het carnaval kon me al niks meer schelen, waarom deed iedereen zo onaardig?! Tijdens al die maanden reizen heb ik nog nooit zo´n onbehulpzame mensen meegemaakt die alleen op je geld uitzijn. Toen kwam Milena de kamer binnen (het meisje dat ik kende van Mancora) en zij bleek net zo’n verschrikkelijke busreis gehad te hebben. Haar hele backpack stonk naar vis want een medepassagier had het verstandig geleken zijn verse vangst in het bagageruim te leggen (hopelijk zaten daar geen mensen). Zij wilde zo snel mogelijk weg uit Trujillo maar ook naar Huaraz, haar volgende bestemming, zaten alle bussen vol. En dus hebben we er samen maar het beste van gemaakt. Gedeelde smart is halve smart… Ik ben nog gaan informeren of ik vanuit Trujillo naar Cajamarca kon komen maar dat ging pas op maandag en dan zou het echt carnaval al over zijn (en ik had mijn kamer t/m maandag gereserveerd).

Uiteindelijk was Trujillo best leuk. De reden waarom toeristen naar Trujillo komen zijn de omliggende ruines, ouder dan de Inca ruines (zoals Machu Pichhu). Die zondag zijn we naar de Huaca del Luna en Huaca del Sol geweest (tempel van de maan en tempel van de zon), gebouwd ergens tussen het jaar 100 en 800 door de Moche, oud dus! En er was nog superveel van over. Een hele grote tempel waar je nog heel goed al het beeldhouwerk en de kleurige muurschilderingen kon zien, best bijzonder, ik was onder de indruk van wat er nog allemaal te zien was. Toen we terugkwamen hadden we een nieuwe roomie, een Duits meisje, en zij kende een jongen uit Trujillo. Die nam ons ‘s avonds mee voor een drankje en eten. We gingen Chifa eten, Chinees op zijn Peruviaans. Echt heerlijk eten, eigenlijk gewoon Chinees zoals wij die kennen maar dan iets zoeter, voornamelijk door alle tropische vruchten. Een fles Inka Kola erbij en de local experience was compleet. Inka Kola is DE softdrink van Peru, hier nog populairder dan gewone cola. Mierzoet maar inmiddels ben ik ook verslaafd. Op maandag zijn we nog naar ChanChan geweest, andere ruines van de Chimor, gebouwd iets na de tempels van de Moche. Ook hier was nog heel veel van te zien, maar deze waren veel minder kleurrijk (eigenlijk gewoon bruin) en ik vond ze daardoor minder indrukwekkend. Wel een leuke ervaring om een half uur door de woestijn te lopen voordat je bij de ingang van deze ruines aankomt.

Op maandagavond zeiden we de woestijn gedag en pakten we de nachtbus naar Huaraz. Een hele andere omgeving, een stad in de bergen omgeven door sneeuwtoppen. Veel backpackers slaan Huaraz over maar het was zeker één van mijn hoogtepunten van de reis! Ik wilde heel graag de Santa Cruz trek doen (4 dagen 3 nachten) en Milena wist het nog niet. Als een soort van proef-trekking hebben we toen een dagtocht naar Laguna 69 gemaakt. ‘S ochtends vroeg op want het was nog 3 uur rijden naar het vertrekpunt. Vervolgens zo’n 3u lopen naar de laguna. We begonnen op 3900m en de laguna ligt op 4600m. Nog behoorlijk wat klimmen dus. Eerst doorkruis je een vallei met papierbomen, beekjes en zichten op watervallen en bergen met gletsjers en sneeuw, waaronder de hoogste tropische berg van Peru: de Huascarán (6768m). Dan volgt de klim. Het pad zigzagt omhoog en is daardoor niet superstijl, maar door de hoogte heb je last van zuurstofgebrek. Gelukkig viel het op flink hijgen na wel mee en als Laguna 69 uiteindelijk voor je opdoemt, ben je alles direct vergeten: WAANZINNIG!!! Zó’n mooie kleur blauw, midden tussen de gletsjers, met een watervalletje op de achtergrond.

De test was dus meer dan geslaagd, ik kon niet wachten om ‘ smorgens wakker te worden tussen die bergen. Dus gingen we op zoek naar een touroperator voor Santa Cruz. Door het laagseizoen viel dat nog niet mee maar uiteindelijk liepen we een kantoortje binnen waar al twee mensen zaten die ook wilden en dus konden we de volgende dag vertrekken.

Toen we de volgende ochtend in het donker opgehaald werden en we nog half slapend in het busje stapten stond er ineens een mega camera op m’n gezicht. Huh, what’s going on?! Een Spaans reisprogramma! Gelukkig was het alleen voor de busreis want zij gingen een andere trek doen. Grappig om te zien hoe dat in zijn werk gaat, een kijkje achter de schermen. Vooral níet de andere toeristen filmen en vooral wél eten op straat kopen en doen alsof je al dagen onder de locals bent.

Goed, na 6 uur rijden door de meest indrukwekkende landschappen kwamen we bij het punt van vertrek. Een mini dorpje in the middle of nowhere. Onze bagage werd op de ezels geladen en we konden gaan lopen. De eerste dag was erg makkelijk, maar 3u lopen en weinig klimmen voordat we bij het prachtige kampeerplekje aankwamen. In de vallei, aan de rivier en tussen de koeien. Geen voorzieningen, gewoon plassen achter een steen en niet douchen (of in de rivier, maar die sloeg ik af met temperaturen rond t vriespunt). We waren allemaal een beetje nerveus voor de ijskoude nacht die zou komen maar met een dikke slaapzak, binnenzak, Thermo ondergoed en nog een laag kleding was het uiteindelijk niet de kou maar de harde grond die me wakker hield. Niet helemaal uitgerust dus aan de tweede, zwaarste dag begonnen. Vandaag gingen we de Punta Union beklimmen (4750m). Meteen na het ontbijt begonnen we met klimmen. Hoe hoger we kwamen, hoe slechter het met ademhalen ging en hoe moeilijker het was om het ene been voor het andere te zetten. Een van mijn reisgenootjes had een zakje cocabladeren bij en dit leek mij een goed moment om die dan maar te proberen. Een haffel cocabladeren in je wang en lopen maar. Het hielp echt, vooral voor je ademhaling. En dus stonden we eerder dan verwacht boven aan de top! Vanaf toen was het alleen nog naar beneden of vlak, wederom langs watervallen, lagunes en door besneeuwde bergtoppen. De derde dag hebben we 6 uur lang alleen maar vlak gelopen, het werd bijna saai maar gelukkig waren daar de geweldige uitzichten. Dag 4 was vroeg opstaan en 2 uur later al bij het eindpunt aankomen, vanwaar we nog een hele autotoch te gaan hadden naar Huaraz. Hoe goed het vervoer op de heenweg geregeld was (kwam het door die cameraman?), zo slecht was het op de terugweg. In een gammele bak met 2 slappen banden over de kronkelende bergweggetjes. Na 5 minuten nog een verrassing: onze tassen begonnen te praten. Ze hadden nog een persoon onder de bagage weten te proppen…

Eenmaal terug in Huaraz eindelijk heerlijk gedouched, maar nog geen bed voor de nacht. Die nacht gingen we namelijk met de nachtbus naar Lima. Maar daarover later meer!

De foto´s van Mancora stonden al bij het vorige bericht en die van Huaraz staan op Facebook.

 

Mijn locatie Miraflores, Lima, Peru.

Ecuador

Ecuador stond op mijn “misschien” lijstje van waar ik heen zou gaan. Maar economisch gezien is er doorheen reizen een verstandigere keuze dan eroverheen vliegen, en zeker ook geen straf!

Ik had dus geen hoge verwachtingen, zou wel kijken wat het me bracht. Quito was bovenverwachting leuk. Meteen veel leuke mensen ontmoet in het hostel, de eerste avond met wat locals op stap geweest, veel van de mooie oude stad gezien, bezoekje gebracht aan “mitad del mundo” (het midden van de wereld, ik ben dus inmiddels op het zuidelijk halfrond aangekomen) en zelfs nog de president gezien met veel poespas eromheen. Fanfares, paardenshow, toespraken, protesten, en zo gaat dat schijnbaar iedere maandag.

Na Quito ben ik doorgereisd naar Latacunga, maar een paar uurtjes met de bus. Leuk klein stadje waar je vooral heengaat voor de omliggende natuur. Bijvoorbeeld de hoogste actieve vulkaan ter wereld; Cotopaxi. Slechts een paar meter kleiner dan de Kilimanjaro (maar Ecuador zelf ligt al heel hoog en daarom is de beklimming lang niet zo zwaar en lang). Toch had ik die even laten schieten door de horrorverhalen van mensen die hem probeerden te beklimmen maar geen van allen de top gehaald hadden door sneeuwstormen, hoogteziekte etc. Toen ik er was had er zelfs al twee weken niemand de top bereikt en gezien voorgaande ervaringen met vulkanen had ik dan ook niet de illusie dat het mij wel zou lukken. Maar gelukkig is daar ook Quilotoa, een kratermeer. Je kan hier gewoon de bus heen pakken en dan omlaag de krater inlopen (en uiteraard ook weer omhoog, ongeveer een uurtje klimmen, dus toch nog m’n beweging gehad). Daar ook meteen m’n eerste Alpaca gespot, als ik de verhalen moet geloven ga ik die nog heeeeel veel zien.

Daarna nog verder naar het zuiden gereisd, naar Baños. Ook een bergdorpje maar iets meer richting de jungle en daarom veel groener. Voor veel mensen een hoogtepunt door de vele activiteiten die je er kan doen, maar ik kwam er achter dat ik vort een beetje verwend ben. Canopy: heb ik al gedaan. Paragliden: heb ik al gedaan. Hotsprings: ook al geweest. Bungeejumpen: durf ik niet. Canyoning bleef nog over en zo liep ik op een dag dus van een paar watervallen naar beneden! Kan ik
dat ook weer afstrepen. Hotsprings zijn ook niet echt vervelend om vaker heen te gaan, dus daar nog een avondje gerelaxed en verder nog een dag mountainbikes gehuurd om naar wat watervallen te fietsen. De hele weg is downhill (gewoon verharde autoweg) en bij de laatste waterval kan je de bus terug pakken. Ideaal dus maar ook niet zo spannend allemaal. Ik verveelde me een beetje en toen heb ik mijn plan dan ook omgegooid. Ik zou eigenlijk daarna naar Montañita gaan, aan de kust. Maar dat zou 9u bussen zijn en alles wat je daar kunt doen is zonnen en feesten. Om daar vervolgens weer weg te komen moet je wéér een hele dag in de bus zitten. Dat is een feestje me niet waard. Ook Vilcabamba heb ik geschrapt, een schijnbaar hele mooie plek in de bergen, een van de paar plekken op de wereld waar de inwoners bovengemiddeld oud worden. Maar ook daar is weinig te doen dan relaxen.

Toen keek ik in mijn agenda en dacht ik heeeeeey het is bijna carnaval! Google open, “carnaval Peru”, eerste resultaat: het tweede grootste carnaval van Zuid-Amerika vindt plaats in Cajamarca, Peru. Kaart erbij gepakt en toen bleek dat Cajamarca noordelijk ligt, richting Ecuador, ben in meteen een slaapplek gaan zoeken. Veel was al vol maar ik heb nog een kamer voor twee nachten kunnen bemachtigen voor een redelijke prijs. En toen moest ik dus op stel en sprong naar Peru.

De volgende ochtend vanuit Baños de bus naar Cuenca gepakt, daar nog een dagje sightseeing gedaan. Een hele mooie stad, leuk om een dagje rond te lopen en bovendien het thuis van de Panama-hoed (ja, die komt dus uit Ecuador). Ook “even” de bus naar het busstation gepakt om de bus naar Peru te boeken. Wil ik teruggaan, stap ik in de verkeerde bus. Dus zo’n 1,5u door de buitenwijken van Cuenca gereden, even het toeristisch pad af zullen we maar zeggen..

En zo zat ik na 1,5 week Ecuador dus in de bus naar land nummer 7: Peru. Ik ben nu in Mancora, ook een surf/feestdorp, maar hier moest ik toch langs en bovendien begint het carnaval toch pas zaterdag. Nu dus weer even mijn bruine kleurtje bijwerken voor dat ik denk ik voor langere tijd weer de kou in ga.

 



Mijn locatie .