Auteursarchief: kimmetdekrullen

Lanquin en Semuc Champey

Vanuit Coban is het nog een korte maar hobbelige rit naar Lanquin. Een klein dorpje midden in de jungle, bekend om zijn grotten. We verblijven in een super mooi hostel met zwembad en uitzicht op de jungle vanuit je bed. Die middag gaan we naar de grotten om daar te zijn wanneer de zon onder gaat en de vleermuizen naar buiten komen. Een geweldig gezicht, meer dan een uur lang komt er een constante zwerm vleermuizen uit de grot.

Maar de volgende dag is het pas echt tijd voor spektakel! Met een tour gaan we naar Semuc Champey, waar we beginnen met een tocht door de grotten. Bikini en hikingschoenen aan werd me verteld, super sexy! De grot staat onder water en al zwemmend, met in de ene kant een kaars voor een beetje ligt en in de andere hand mijn onderwatercamera wanen we ons door de grot. Echt een gave ervaring! Tegen een waterval op omhoog klimmen, door een klein gat glijden niet wetende wat er gaat komen.

Na de lunch klimmen we omhoog voor een uitzicht op Semuc Champey. Semuc is een stilstaand water waar de rivier onderdoor loopt. Moeilijk uit te leggen, maar het ziet er magisch uit. Turquiose water in een groene jungle, met overal watervalletjes. Na de klim gaan we in het water, glijdend van watervallen van de ene in de andere poel.

Semuc Champey!

Semuc Champey!

Nu ben ik in Flores, na weer een interessante busrit. Halverwege hebben we een uur staan wachten omdat ze de weg aan het maken waren en we moesten een rivier oversteken op een pond die niet meer was dan een drijvend blok hout. Hier is het pas tropisch, erg benauwd en zon 35 graden gok ik. Morgen ga ik Tikal zien bij zonsopkomst!

Mijn locatie .

Dia de los muertos in Todos Santos

Vanuit Xela vetrokken we vrijdagochtend naar Todos Santos. Lekker in een volgepropte chickenbus, heerlijk! Met nog 3 Guatemalteken op een bankje dat eigenlijk voor twee kinderen bedoeld is, een man slapend tegen mijn schouder en vanuit het gangpad een kind hangend in mijn rug. In Huehuetenango moesten we overstappen op een kleinere bus die ons over bergweggetjes naar Todos Santos bracht. Het dorpje ligt in een dal, maar wel op 2500m hoogte. De rit ernaartoe was alleen al de moeite waard.

Door de hoogte was het er wel vreselijk koud, en door het festival vreselijk druk. Het enige fatsoenlijke hotelletje was dan ook volgeboekt. Op zoek naar een dak boven ons hoofd dus. Dat is niks te veel gezegd, uiteindelijk vonden we een kamer in een hospedaje. Geen elektriciteit, geen stromend water, gewoon vier bedden in een kamertje.

De voorbereidingen voor de paardenraces waren al in volle gang. Dat wil zeggen dat elke man uit het dorp zich volledig naar de klote aan het zuipen was. Dat is namelijk de traditie bij de paardenraces; met je zatte ballen op een paard klimmen en racen totdat je eraf valt. En dat naar de klote zuipen doen ze ook in stijl; in klederdracht dansen op marimba muziek.

(Ik wilde hier een filmpje uploaden maar helaas gaat dat niet, met woorden kan ik niet echt uitleggen hoe het was dus het filmpje houden jullie nog tegoed!)

Op zaterdagochtend om half 8 begonnen de races. Maar écht leuk werd het smiddags pas, als de mannen in de pauze nog meer hadden gedronken. We hebben meerdere kerels als zoutzak van hun paard zien vallen.

(Ook hier doet alleen een filmpje recht aan hoe het was! Niet te beschrijven)

De busreis die daarna volgde was minstens net zo bijzonder. Wat Todos Santos > Huehuetenango > Coban moest zijn werd Todos Santos > Huehuetenango > Aguacatan > Sacapulas > Uspantan > San Cristobal > Coban.

Nathan en ik wilden naar Coban, Diederik naar Guatemala stad. Op zijn Guatemalteeks gaat dat zo:
Om 8u sochtends vertrokken we vanuit Todos Santos terug naar Huehuetenango. Daar aangekomen worden we meteen omringd door een zevental mannen die ons allerlei plaatsnamen naar de oren schreeuwen. Ik roep “Coban!” en mijn tas word weggedragen naar een touringcar. Ik op een drafje er achteraan. Vreemd genoeg word Diederik zijn tas in dezelfde bus gegooid. De buschauffeur beweerd dat via Guatemala Stad de enige weg naar Coban is. Dat gaat meer dan 8u duren, en in de LP had ik toch echt gelezen dat er een directe verbinding van 5,5u zou zijn. Die buschauffeur wil gewoon zijn bus volhebben, dus we gaan rondvragen voor een directe bus naar Coban. En ja hoor, na 10 minuten hebben we hem gevonden. 60 Quetzal is een goede prijs en hij zal ons in 6u naar Coban brengen. Triomfantelijk lopen we terug naar de andere bus om onze tassen uit het bagageruim te halen.

Tot onze verbazing zijn we de enige twee in de bus. Als we het busstation uitrijden stappen er nog een paar Guatemalteken in, die er bij het eerstvolgende dorpje weer uit moeten. Bij het dorpje aangekomen dirigeer de chauffeur ons ook ineens de bus uit! Gelukkig is hij wel zo netjes om ons de shuttle naar het volgende stadje aan te wijzen. Nathan moet nog even naar het toilet, ik ga vast zitten. Rijdt de bus ineens aan, zonder Nathan maar mét onze tassen! Gelukkig spreek ik inmiddels vloeiend Spaans ;-), de buschauffeur ging even een rondje rijden om meer mensen op te pikken. Ik duimen dat het een kort rondje zou zijn en dat iemand aan Nathan zou vertellen dat de bus een rondje aan het rijden was. We zaten echt in de middle of nowhere, het was even zweten maar is gelukkig goedgekomen. We worden in het volgende stadje gedropt waar we weer een andere bus pakken. Gelukkig arriveren we net op tijd in Uspantan voor de laatste bus naar Coban. Volledig volgepropt in een busje voor 14 personen met zijn 24e hobbelen we door de jungle. Het begint inmiddels donker te worden en ineens stopt de chauffeur, midden in de jungle. Als we niet bijbetalen rijdt hij niet verder. Alle Guatemalteken komen in opstand maar we hebben geen poot om op te staan. Uiteindelijk sluiten we een deal, in plaats van 15Q op betalen we 10Q pp en brengt hij ons naar Coban. Totdat we in San Cristobal aankomen en hij ons daar de bus uit zet. Wéér een andere bus dus maar uiteindelijk zij we dezelfde dag nog in Coban aangekomen!

Mijn locatie .

Lago Atitlan

Na een bizarre, emotionele week in Nederland lag ik vorige week donderdagnacht weer in mijn bed in San Gaspar. Die vrijdag gingen de kinderen om 8u sochtends op schoolreisje, maar gezien de flinke reis en heel veel slaaptekort besloot ik om niet mee te gaan. Uiteindelijk werd het dan ook een raar afscheid van 7 weken wonen, werken en studeren in San Gaspar, want maandagmiddag vertrok ik naar Atitlan. Ik ben die ochtend nog wel op het Educatief Centrum geweest maar toen waren er uiteraard geen kids. Mijn verjaardagsweekend heb ik nog wel goed gevierd, flink op stap geweest met de andere vrijwilligers, taart gegeten en cadeautjes uitgepakt met mijn gastgezin, een klein verjaardagsfeestje gevierd in het huis van Jessica en op zondagavond hebben de vrijwilligers me nog getrakteerd op een etentje bij Zoola.

Op naar Atitlan dus, het vertrouwde Antigua achterlatend. We (Nathan – USA, Diederik – BE en ik) gingen naar San Pedro La Laguna, een van de vele kleine dorpjes aan het sprookjesachtige meer van Atitlan. Voor €3,00 per nacht hadden we private rooms met uitzicht op het meer. Maandag tegen de avond kwamen we aan en toen hebben we er meteen een ritueel ingegooid; elke avond rode wijn drinken op het dak van het hotel, met een prachtig uitzicht over het meer en de sterrenhemel.

Dinsdag zijn we met kleine bootjes twee andere dorpjes wezen verkennen; San Juan La Laguna en San Marcos La Laguna. Elk dorpje aan het meer heeft zijn eigen charme. San Pedro is het dorpje waar je het beste kunt feesten, San Marcos staat bekend om de spiritualiteit en San Juan is een kleiner en minder toeristisch dorpje waar je meer te weten kunt komen over bijvoorbeeld weven en koffie maken.

Diederik wilde heel graag de San Pedro vulkaan beklimmen en gezien ik de Acatenango in Antigua niet meer gedaan had, besloot ik om mee te gaan. Woensdagochtend om 6u begon ik dan eindelijk aan mijn eerste vulkaan. Het zou ongeveer 3 uur lopen naar de top zijn, die op meer dan 3000 meter hoogte ligt. Het bleek van het begin af aan een hele pittige klim te zijn en ik was dan ook heel blij dat we na 1,5u lopen bij het uitzichtpunt aankwamen waar we even uit konden rusten. De gids bleef maar zeggen dat we echt niet verder hoefde te gaan, dat het nog veel zwaarder zou worden en dat heel veel mensen bij het uitzichtpunt stoppen. Heel even dacht ik “Fuck it, ik ga het ook niet doen ook”, maar het idee van de top met uitzicht over het hele meer en vele andere vulkanen weerhield me er van om op te geven. Vol goede moed gingen we dus weer verder, maar inmiddels begon de hoogte (op dat moment zaten we al boven de 2100 meter) me ook parten te spelen. Rustig aan dus en op tijd stoppen om op adem te komen. Zo ging het een tijd redelijk goed, tot dat we aan het meest stijle gedeelte begonnen. Alleen maar hoge traptredes, haast recht omhoog. Hoe verder we kwamen, hoe vaker er pauze nodig was en toen de gids na een half uur volledig kapotgaan zei dat het nog minstens een uur zo zou zijn, besloot ik dat het beter was om die twee heren verder te laten gaan en daar op ze te wachten tot ze weer naar beneden kwamen. Daar zouden ze ongeveer twee uur voor nodig hebben en toen ik na zo`n 15 minuten begon te denken dat dat wel erg lang was, hoorde ik iemand mijn naam roepen. De mannen waren omgekeerd want het was echt niet te doen. Balen dus, en achteraf denken we dat als we het rustiger aan hadden gedaan het wel gelukt was want de gids had nogal haast. Maar dat is achteraf praten, ik moet en zal in ieder geval nog de top van een vulkaan bereiken hier!

Helemaal kapot daarna dus, die dag dan ook weinig meer gedaan dan geslapen en gechilld in de hangmat. Die avond was onze laatste avond in San Pedro dus besloten we om nog even goed op stap te gaan. Het werd een erg gezellige avond, gelukkig ging de bus naar Xela pas om 11u de volgende dag. Daar zijn we nu en morgen reizen we door naar de hooglanden, om morgenavond in Todos Santos te zijn. Daar is deze zaterdag HET feest van het jaar in Guatemala. Een piepklein bergdorpje, paardenraces en veel alcohol zijn de ingredienten, we gaan het meemaken!

Mijn locatie .

Waar is Brenda?

Brenda woonde ook hier in huis, had net als ik haar eigen kamer. Ze was een soort van au pair, hielp Yoli met het huishouden en paste op de kinderen als Yoli aan het werk was.

20 jaar oud, soms heel volwassen maar vaak ook nog echt een meisje. Danspasjes oefenen met Fernanda, iets moois knutselen voor haar beste vriendin, giechelend aan de telefoon.

Zo’n twee weken geleden was ik op een donderdagavond alleen thuis met haar. Ik stelde voor om wat lekkers te halen en er een gezellige avond van te maken, want ik wilde haar graag beter leren kennen. Dat bleek een schot in de roos, want toen we op de bank zaten vertelde ze me dat het net uit was met haar vriendje.

Ze vond het niet zo heel erg, want ze genoot nog graag van haar vrijheid. Op stap met vriendinnen, lekker dansen. Hij was juist veel serieuzer. Niet zo gek ook, want hij was 16 jaar ouder en had zelfs een dochter van 10.

Een paar dagen later valt het me op dat ik Brenda al de hele dag niet had gezien. “Waar is Brenda?”, vraag ik tijdens het eten.

Brenda blijkt twee maanden zwanger te zijn. Niet gepland, en ook niet echt gewenst, zo maak ik uit het antwoord op. Een paar dagen later is ze er nog steeds niet. “Gaat het wel goed met haar en het kindje?”.

Ja hoor, naar omstandigheden maakt ze het goed. Maar haar echtgenoot (een paar dagen geleden nog ex-vriendje) heeft haar verboden om nog te gaan werken. Ze is zwanger van hem dus vanaf nu zorgt hij voor haar inkomsten, punt. Wat moeten de mensen uit het dorp anders wel niet van hem denken?!

En dus zit Brenda van de ene op de andere dag in het huis van haar vriend. Te wachten, 7 maanden lang. Niet meer werken en al helemaal niet op stap en dansen met vriendinnen. Omdat haar vriend zijn mannelijkheid moet laten zien.

Waarschijnlijk ook de reden dat ze nu zwanger is, want voorbehoedsmiddelen zijn ook niet echt mannelijk. Machismo noemen ze dat hier…

Mijn locatie .